Per diersoort5 min lezen
Kruiden voor je hond: dosering en praktijk
De kruiden in onze formules zijn niet soortgebonden; het verschil zit volledig in de dosis. Een kat van vier kilo krijgt een fractie van wat een schaap van honderd kilo krijgt, en dat vraagt om nauwkeurig afmeten in plaats van een scheut uit de zak.
Bepaal de dosis op gewicht
Ga uit van het lichaamsgewicht, niet van de leeftijd. De doseringen staan weergeven per diersoort, waar ook het gemiddelde lichaamsgewicht vermeld is.
Eén maatlepel is ongeveer twee gram. Na tien dagen ga je terug naar de onderhoudsdosering. Twijfel je bij een klein of gevoelig dier? Begin dan lager en bouw rustig op.
Hoe krijg je het erin
Honden ruiken alles. Meng de kruiden door nat voer in plaats van door brokken, het poeder hecht beter en valt niet naar de bodem van de bak.
Werkt dat niet, verpak de kruiden dan in een stukje vlees, leverpastei of natte voeding. Een lepel appelmoes werkt bij veel dieren ook: de zoete geur maskeert de kruidensmaak.
Wanneer je eerst laat meekijken
Bij drachtige teven geven we de meeste supplementen niet. Dit kan je terug vinden op de product pagina of op het etiket op het kruidenzakje. Krijgt je hond al andere middelen, vraag dan eerst advies aan een deskundige voordat je kruiden toevoegt.
Sommige signalen horen bij een deskundige, niet bij een supplement: aanhoudend braken, bloed in de ontlasting, plotseling kreupel lopen, benauwdheid, of een hond die warm aanvoelt en lusteloos is.