Ga naar de inhoud
Kennisbank

Per diersoort5 min lezen

Kruiden voor katten, schapen en geiten

Katten, schapen en geiten krijgen vaak een dosering die voor een heel ander dier bedoeld is, en dat gaat in twee richtingen mis: de hoeveelheid klopt niet en de signalen worden te laat opgemerkt. Alle drie zijn het meesters in het verbergen van ongemak.

De kat

Katten zijn fijnproevers en merken een nieuwe geur in hun bak meteen op. Meng de kruiden door een klein beetje nat voer en geef dat eerst, voordat de rest van de maaltijd komt. Lukt het niet in één keer, verdeel de dosis dan over een paar kleine porties.

Voor een kat van 3,5 tot 10 kg: de eerste tien dagen 2× daags een halve maatlepel, vanaf dag 11 2× daags een kwart maatlepel. Twijfel je bij een kleine of gevoelige kat? Begin dan lager en bouw rustig op.

Het schaap

Bij schapen zie je vaak pas iets als de kudde al doorheeft dat er iets is. Let op dieren die achterblijven bij het opdrijven, minder herkauwen of een doffe vacht krijgen.

Voor een schaap van 60 tot 120 kg: de eerste tien dagen 2× daags anderhalve maatlepel, vanaf dag 11 2× daags één maatlepel. Vergeet de klauwen niet: Legg-Motion ondersteunt hoeven en klauwen, maar goed bekappen blijft de basis.

De geit

Geiten zijn geen grazers maar knabbelaars: ze eten liever blad, takken en kruiden dan gras, en ze zijn kieskeuriger dan je denkt. Meng de kruiden door een handje brok of krachtvoer, dan gaan ze er het makkelijkst in.

Voor een geit van 40 tot 60 kg: de eerste tien dagen 2× daags 1¼ maatlepel, vanaf dag 11 2× daags ¾ maatlepel. Net als bij schapen verdienen de klauwen regelmatig aandacht.